ECLI:NL:PHR:2005:AS8856
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt rechtmatigheid aanhouding en bewijsvoering in bedreigingszaak
Verdachte werd door het Gerechtshof te 's-Gravenhage veroordeeld wegens diefstal, bedreiging met een misdrijf tegen het leven gericht en beschadiging van eigendom. De straf bestond uit zes weken gevangenisstraf plus de tenuitvoerlegging van een eerder voorwaardelijke straf.
In cassatie werden drie middelen voorgesteld. Het eerste middel betrof de overschrijding van de redelijke termijn, welke werd erkend maar zonder gevolgen bleef vanwege een snelle behandeling van de zaak. Het tweede middel richtte zich op de rechtmatigheid van de inverzekeringstelling en aanhouding. Hoewel het hof het verweer verwierp, stelde de advocaat-generaal dat het hof ten onrechte zijn oordeel boven dat van de rechter-commissaris stelde, maar dit leidde niet tot vernietiging van het arrest.
Het derde middel betrof een vermeende tegenstrijdigheid tussen twee getuigenverklaringen over het moment van de bedreiging. De Hoge Raad oordeelde dat het hof deze verklaringen begrijpelijk heeft geïnterpreteerd en dat dit geen grond voor cassatie vormde.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde het arrest van het hof, waarmee de veroordeling van verdachte bleef staan.
Uitkomst: Hoge Raad verwierp cassatieberoep en bevestigde veroordeling voor diefstal, bedreiging en beschadiging.