ECLI:NL:PHR:2005:AS8917
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Uitvoerbaarverklaring bij voorraad van tussenuitspraken in collectieve aansprakelijkheidszaak Vie d'Or
De Stichting Vie d'Or vordert uitvoerbaarverklaring bij voorraad van het tussenarrest van het hof Den Haag, waarin accountants onrechtmatig handelen jegens oud-polishouders werd vastgesteld. De Stichting wil zo tijdwinst boeken bij de schadevaststelling van elf proefpersonen die representatief zijn voor ruim 11.000 oud-polishouders.
De accountants verzetten zich tegen deze vordering en wijzen op de risico's van voortprocederen terwijl cassatieberoep loopt, de hoge kosten en onzekerheid over de representativiteit van de proefpersonen. De rechtbank had de Stichting en curatoren grotendeels niet-ontvankelijk verklaard, maar het hof oordeelde dat de accountants ernstig tekort waren geschoten.
De Hoge Raad bevestigt dat uitvoerbaarverklaring bij voorraad van tussenuitspraken mogelijk is, verwijzend naar jurisprudentie en literatuur. Tegelijkertijd benadrukt de Hoge Raad dat bij tussenvonnissen een zorgvuldige belangenafweging moet plaatsvinden, mede vanwege de procesrechtelijke complexiteit van gelijktijdige procedures in lagere en hogere instanties.
De belangen van de Stichting bij spoedige schadevaststelling worden erkend, maar de Hoge Raad weegt deze af tegen het belang van de accountants en de eisen van een behoorlijke rechtspleging. Gezien de omvang, kosten en onzekerheden wijst de Hoge Raad de incidentele vordering af. De zaak wordt voortgezet met cassatieberoep en verdere procedure bij het hof.
Uitkomst: De incidentele vordering tot uitvoerbaarverklaring bij voorraad van het tussenuitsprakelijk arrest wordt afgewezen.