ECLI:NL:PHR:2005:AT3512
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Uitleg van winstdelingsregeling in vennootschap onder firma volgens Haviltex-maatstaf
In deze zaak staat de uitleg van artikel 8 van Pro de vennootschapsakte van een vennootschap onder firma (VOF) centraal, waarin de verdeling van winst en verlies tussen de vennoten is geregeld. De vennootschap CFA Administratieve Ondersteuning VOF werd opgericht door vier vennoten, waaronder eiser en verweerster 2. Volgens artikel 8 zou Pro verweerster 2 30% van de winst of het verlies ontvangen, terwijl de overige 70% verdeeld zou worden naar rato van de door de vennoten ingebrachte arbeid.
Eiser vertrok uit de VOF en nam geld op van de gezamenlijke rekening, waarna een geschil ontstond over de juiste winstverdeling en terugbetaling van teveel opgenomen bedragen. Zowel de rechtbank als het hof oordeelden dat de winstverdeling volgens artikel 8 correct Pro was uitgelegd en dat eiser onvoldoende bewijs had geleverd voor zijn alternatieve uitleg en vorderingen.
In cassatie richt eiser zich tegen de uitleg van artikel 8 door Pro het hof, stellende dat de bewoordingen van de overeenkomst duidelijk zijn en dat het hof ten onrechte een meer subjectieve uitleg toepaste. De Hoge Raad overweegt echter dat bij de uitleg van overeenkomsten, waaronder vennootschapsaktes, de Haviltex-maatstaf geldt. Dit houdt in dat de betekenis van bepalingen wordt vastgesteld aan de hand van hetgeen partijen in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs aan de bepalingen mochten toekennen, waarbij ook redelijkheid en billijkheid een rol spelen.
De Hoge Raad bevestigt dat het hof de juiste maatstaf heeft gehanteerd en dat de uitleg van artikel 8, waarbij verweerster 2 30% van de winst kreeg en de overige 70% werd verdeeld naar de ingebrachte arbeid van de overige vennoten, voldoende gemotiveerd en begrijpelijk is. Het cassatieberoep wordt verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de uitleg van artikel 8 van de vennootschapsakte wordt bevestigd.