Conclusie
Tot en met dertig juni 1900 eenentachtig:
Tot en met dertig juni 1900 eenentachtig:
De cessie
Het accessoire hypotheekrecht
Mededeling cessie
2.Bespreking van het cassatiemiddel
subonderdeel 1.1dat het hof in het midden heeft gelaten of het optierecht dat Bruna bij totstandkoming van de overeenkomst in 1972 verkreeg een naar zijn aard onoverdraagbaar optierecht was, hoewel het hof in rov. 5.5 heeft omschreven wat een naar haar aard onoverdraagbare vordering inhoudt en in rov. 5.6 oordeelt dat de vraag of het optierecht in artikel 4.1 van de overeenkomst uit 1972 is verleend met het oog op persoonlijke eigenschappen van Bruna, dient te worden beantwoord door uitleg van die overeenkomst. Volgens het subonderdeel heeft het hof daardoor een ontoelaatbare onduidelijkheid laten ontstaan. De overige drie subonderdelen gaan uit van een aantal lezingen van het oordeel van het hof.
Overdracht optierecht, aard van het recht” memoreert het hof vervolgens in rov. 5.4 dat de grieven 2, 3 en 5 zich richten tegen het oordeel van de kantonrechter dat de aard van het optierecht vanwege het persoonlijke karakter ervan, zich tegen overdracht verzet.
onderneming(curs. hof) van [betrokkene 1 en 2] betrof en dat de hoedanigheid van Bruna als boekhandelaar in die opzet niet onbelangrijk was. De oorspronkelijke bedoeling is echter, aldus het hof verder in rov. 5.7, met instemming van [betrokkene 1 en 2] gewijzigd van verhuur van onderneming naar verhuur van
winkelruimte(curs. A-G). Deze wijziging is het gevolg van de door het hof in de laatste volzin van rov. 5.7 onder i-iii opgesomde omstandigheden. Het hof heeft bij zijn uitleg in rov. 5.8 en 5.9 tevens overige omstandigheden betrokken waaronder de door de erven gestelde feiten en omstandigheden.
subonderdeel 1.2.3dat op subonderdeel 1.2.1 voortbouwt en ook klaagt over het moment van de totstandkoming van de overeenkomst.
subonderdeel 1.2.2wordt van de veronderstelling uitgegaan dat rov. 5.7 mede berust op het oordeel van het hof in rov. 5.13. Deze veronderstelling mist, gelet op de opbouw van het arrest en de diverse kopjes daarin, feitelijke grondslag.
onderdeel 2, dat uit twee subonderdelen bestaat, is gebaseerd op bepaalde lezingen van het oordeel van het hof.