ECLI:NL:PHR:2005:AT4078
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging voorlopige machtiging psychiatrische opname wegens onvoldoende onderzoek en motivering
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een beschikking van de rechtbank Amsterdam die een voorlopige machtiging tot opname in een psychiatrisch ziekenhuis heeft verleend zonder dat betrokkene zelf is gehoord. De rechtbank baseerde zich op een geneeskundige verklaring van een psychiater die betrokkene niet persoonlijk heeft onderzocht, maar op informatie van derden.
Betrokkene was herhaaldelijk niet bereid contact te hebben met de psychiatrie en verscheen niet op de zitting, waarop de rechtbank aannam dat hij kennelijk niet gehoord wilde worden. De Hoge Raad oordeelt dat de rechtbank dit voldoende heeft gemotiveerd, maar dat het feit dat de aangetekende oproep niet is afgehaald niet in cassatie mag worden betrokken.
Daarnaast oordeelt de Hoge Raad dat de rechtbank onvoldoende heeft onderzocht of de psychiater alles redelijkerwijs heeft gedaan om betrokkene te onderzoeken en of ondanks het ontbreken van direct contact voldoende vaststaat dat betrokkene geestelijk gestoord is. De motivering van de beschikking schiet tekort, waardoor de beschikking niet in stand kan blijven.
De Hoge Raad wijst ook op Europese jurisprudentie over het recht op een effectieve rechtsgang en bespreekt de procedurele mogelijkheden voor betrokkene om tegen opname op te komen. De conclusie is dat de beschikking wordt vernietigd.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking tot voorlopige machtiging wegens onvoldoende onderzoek en motivering.