ECLI:NL:PHR:2005:AT4114
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vaststelling Pit-bull-Terriër-type hond en uitleg Regeling agressieve dieren
In deze zaak stond centraal of een in beslag genomen hond kon worden aangemerkt als een hond van het Pit-bull-Terriër-type zoals bedoeld in de Regeling agressieve dieren. De rechtbank had de vordering tot onttrekking aan het verkeer afgewezen omdat niet met voldoende zekerheid kon worden vastgesteld dat de hond aan de schofthoogte-eis (35-50 cm) voldeed, ondanks dat deskundigen de hond als Pit-bull-Terriër hadden gekwalificeerd.
De Hoge Raad oordeelde dat de rechtbank een onjuiste uitleg had gegeven aan de Regeling agressieve dieren. De regeling vereist dat een hond in belangrijke mate voldoet aan de karakteristieken, niet dat aan alle kenmerken, inclusief de schofthoogte, strikt moet worden voldaan. De schofthoogte is niet een zwaarwegend criterium dat het oordeel over het type hond uitsluit bij geringe afwijking.
De Hoge Raad vernietigde het vonnis en verwees de zaak terug voor hernieuwde beoordeling waarbij de juiste maatstaf wordt toegepast. Ook werd gewezen op eerdere bestuursrechtelijke uitspraken waarin een iets grotere schofthoogte niet uitsloot dat een hond als Pit-bull-Terriër werd aangemerkt.
De zaak betreft de uitleg van wettelijke bepalingen omtrent verboden hondenrassen en de bewijsstandaard bij het vaststellen van het type hond, met belangrijke gevolgen voor het handhaven van het verbod en het opleggen van sancties zoals onttrekking aan het verkeer.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het vonnis en verwijst de zaak terug voor hernieuwde beoordeling met de juiste maatstaf voor het Pit-bull-Terriër-type.