ECLI:NL:PHR:2005:AT5523
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt dat VUT-regeling voor oudere werknemers geen pensioenregeling in zin PSW is
In deze zaak stond centraal of de overgangsregeling die KPN trof bij de vervanging van de VUT-regeling door een prepensioenregeling, kwalificeert als een pensioenregeling in de zin van de Pensioen- en spaarfondsenwet (PSW).
De eiser, een werknemer die in 1967 bij KPN in dienst trad, vorderde betaling van een VUT-uitkering of een verklaring dat de VUT-regeling een PSW-regeling is. De rechtbank wees de vorderingen af, en het hof bevestigde dit oordeel. Het hof motiveerde dat de regeling geen PSW-regeling is vanwege kenmerken zoals het tijdelijke karakter, financiering via een omslagstelsel, en het ontbreken van een premievrije aanspraak bij voortijdig ontslag.
De Hoge Raad overwoog dat de klachten van de eiser niet tot cassatie konden leiden. Het hof had voldoende gemotiveerd dat de regeling niet onder de PSW valt, mede omdat de regeling tijdelijk is en de VUT-uitkering niet afhankelijk is van het aantal dienstjaren. Ook het feit dat de regeling door KPN wordt uitgevoerd en niet door het pensioenfonds, en dat premie-inhouding op grond van art. 7:631 lid 3 BW Pro mogelijk is voor VUT-regelingen, ondersteunen dit oordeel.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat de VUT-regeling voor oudere werknemers geen pensioenregeling in de zin van de PSW is.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat de VUT-regeling voor oudere werknemers geen pensioenregeling in de zin van de PSW is.