ECLI:NL:PHR:2005:AT6024
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt rechtsgeldigheid aansprakelijkstelling bestuurder voor belastingschuld ondanks formele tekortkomingen
In deze zaak stond de aansprakelijkstelling van [eiser], bestuurder van Wisteria B.V., centraal voor een naheffingsaanslag omzetbelasting over de jaren 1991 en 1992. De Belastingdienst had [eiser] aansprakelijk gesteld voor een bedrag van f. 174.835,--. [Eiser] betwistte de aansprakelijkheid, onder meer met het verweer dat de dagvaarding onjuist was omdat deze abusievelijk vermeldde dat de schuld uit 1992 was, terwijl een deel uit 1991 stamde.
De Hoge Raad oordeelde dat een dergelijke onvolledigheid in de dagvaarding niet leidt tot niet-ontvankelijkheid, mits de gedaagde voldoende duidelijkheid heeft over de eis en zich adequaat kan verdedigen. Tevens werd bevestigd dat de dagvaarding tijdig was uitgebracht binnen de wettelijke termijn, ook al was niet altijd formeel voldaan aan de mededelingsplicht van de Belastingdienst.
Verder werd geoordeeld dat de verjaring van het recht tot invordering van de belastingschuld wordt geregeld door de Invorderingswet 1990 en niet door het Burgerlijk Wetboek. Het beroep van [eiser] werd verworpen, waarmee de aansprakelijkstelling en de invordering van het bedrag gehandhaafd bleven.
Uitkomst: Het cassatieberoep van [eiser] wordt verworpen en de aansprakelijkstelling blijft gehandhaafd.