ECLI:NL:PHR:2005:AT6061
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest wegens onvoldoende motivering bewezenverklaring drugsinvoer en medeplegen
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het hof Arnhem waarin verzoeker is veroordeeld voor het medeplegen van het invoeren en meerdere keren verkopen en afleveren van cocaïne. Het hof heeft bewezen verklaard dat verzoeker betrokken was bij handelingen gericht op het verdere vervoer, aflevering en ontvangst van een pakket met circa 5600 gram cocaïne.
In de cassatie wordt aangevoerd dat de bewezenverklaring niet voldoende is gemotiveerd en dat mogelijk het pakket ten tijde van de handelingen geen cocaïne meer bevatte. De Hoge Raad verwijst naar eerdere jurisprudentie waarin is bepaald dat handelingen verricht nadat de cocaïne in beslag is genomen niet meer kunnen strekken tot het verdere vervoer of ontvangst van de drugs. Uit het dossier blijkt dat de cocaïne op 19 maart 2003 is verwijderd en vervangen door lege blikken.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof de bewezenverklaring niet naar de eis der wet met redenen heeft omkleed, omdat het openlaat of de cocaïne ten tijde van de handelingen nog aanwezig was. Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest voor zover het eerste feit betreft en verwijst de zaak terug naar een ander hof voor hernieuwde berechting. De Hoge Raad ziet geen aanleiding om ambtshalve te vernietigen op andere gronden.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd voor het eerste bewezen verklaarde feit en de zaak wordt verwezen voor hernieuwde berechting.