ECLI:NL:PHR:2005:AT6195
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Ontoelaatbaarheid uitlevering Nederlandse onderdaan ter executie van straf aan België
De zaak betreft een uitleveringsverzoek van België aan Nederland voor de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf opgelegd aan een Nederlandse onderdaan. De rechtbank Maastricht had de uitlevering ter vervolging reeds ontoelaatbaar verklaard. De officier van justitie stelde beroep in cassatie in tegen deze beslissing.
De Hoge Raad vernietigde de beslissing van de rechtbank en heropende het onderzoek. De Belgische autoriteiten bevestigden dat het verzoek strekt tot tenuitvoerlegging van een definitief verstekvonnis van de correctionele rechtbank te Brussel. De verdediging voerde aan dat de opgeëiste persoon op de hoogte was gesteld van het vonnis.
Uiteindelijk oordeelt de Hoge Raad dat, gelet op het Nederlandse voorbehoud in het uitleveringsverdrag en de Nederlandse nationaliteit van de opgeëiste persoon, uitlevering ter executie van straf niet is toegestaan. Het verzoek tot uitlevering wordt daarom ontoelaatbaar verklaard.
Uitkomst: Het uitleveringsverzoek wordt ontoelaatbaar verklaard vanwege de Nederlandse nationaliteit van de opgeëiste persoon.