ECLI:NL:PHR:2005:AT6843
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Schending van het beginsel van hoor en wederhoor bij vervangende toestemming erkenning minderjarig kind
In deze zaak verzocht een man vervangende toestemming tot erkenning van een minderjarig kind, omdat de moeder haar toestemming weigerde. De rechtbank verleende deze toestemming, waarna de moeder hoger beroep instelde. Het hof beval DNA-onderzoek, maar de moeder weigerde daaraan mee te werken. Op basis van een brief van de deskundige, waarin werd gemeld dat de moeder niet meewerkte, nam het hof aan dat de man de biologische vader was en bekrachtigde het de beschikking.
De moeder stelde in cassatie dat het hof het beginsel van hoor en wederhoor had geschonden door haar niet in de gelegenheid te stellen zich uit te laten over de brief van de deskundige en de juistheid daarvan te controleren. De Hoge Raad oordeelde dat het hof inderdaad zijn beslissing ten nadele van de moeder had gebaseerd op die brief zonder haar te horen, hetgeen in strijd is met art. 19 Rv Pro.
De Hoge Raad vernietigde daarom de beschikking en verwees de zaak terug voor verdere behandeling en beslissing, waarbij het beginsel van hoor en wederhoor in acht moet worden genomen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking van het hof wegens schending van het beginsel van hoor en wederhoor en verwijst de zaak terug.