ECLI:NL:PHR:2005:AT6856
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Toepassing van schuldsaneringsregeling bij ambtshalve faillietverklaring na intrekking surséance van betaling
De schuldenaar werd na intrekking van zijn surséance van betaling ambtshalve failliet verklaard door de rechtbank Haarlem. Vervolgens verzocht hij de rechtbank om opheffing van het faillissement onder toepassing van de schuldsaneringsregeling, gebaseerd op artikel 15b jo. artikel 3 Faillissementswet Pro. De rechtbank wees dit verzoek af vanwege gegronde vrees dat de schuldenaar zijn verplichtingen niet zou nakomen. Het hof verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk, stellende dat artikel 15b FW niet van toepassing is bij ambtshalve faillissementen.
De Hoge Raad stelt dat het onderscheid dat art. 15b FW niet geldt bij ambtshalve faillissementen niet strookt met de bedoeling van de wetgever, die juist de schuldsaneringsregeling prefereert boven faillissement. De wetstekst bevat een omissie die ertoe leidt dat ook natuurlijke personen die ambtshalve failliet zijn verklaard, het recht moeten hebben om onder de voorwaarden van art. 15b FW de schuldsaneringsregeling te verzoeken.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak naar een ander gerechtshof voor verdere behandeling en beslissing. Hiermee wordt bevestigd dat de schuldenaar ook na ambtshalve faillietverklaring de mogelijkheid behoudt om de schuldsaneringsregeling aan te vragen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en bevestigt dat ook bij ambtshalve faillietverklaring de schuldenaar de schuldsaneringsregeling kan verzoeken.