ECLI:NL:PHR:2005:AT7546
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verduidelijkt strafbaarheid en misslag in verwijzing Meststoffenwet
In deze zaak stond de strafbaarheid centraal van het opzettelijk uitbreiden van de productie van dierlijke meststoffen in 1999, waarbij een lacune in de Wet op de economische delicten (WED) werd vastgesteld. De advocaat-generaal stelde dat vanwege een kennelijke misslag in de wetgeving, waarbij artikel 1a WED onterecht verwees naar artikel 14 in Pro plaats van artikel 55 van Pro de Meststoffenwet, het feit in een bepaalde periode niet strafbaar was. Het hof volgde dit en legde geen straf op voor die periode.
De Hoge Raad oordeelde echter dat artikel 71 van Pro de Meststoffenwet sinds 1998 strafbaarheid van overtreding van artikel 55 zelf Pro regelt, waardoor het feit wel degelijk strafbaar is. De verwijzing in de WED was een kennelijke vergissing die met terugwerkende kracht moet worden verbeterd. Hierdoor was het oordeel van het hof dat geen straf kon worden opgelegd onjuist en onbegrijpelijk zonder nadere motivering.
De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest van het hof en verwees de zaak terug voor hernieuwde berechting. Dit arrest benadrukt het belang van correcte wetsteksten en de mogelijkheid van rechterlijke verbetering van kennelijke vergissingen in strafrechtelijke bepalingen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak terug voor hernieuwde berechting vanwege een kennelijke vergissing in de wet.