ECLI:NL:HR:2001:AB3188
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- F.H. Koster
- G.J.M. Corstens
- A.M.M. Orie
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Toepassing van onbetaalde arbeid als straf in economische strafzaken
In deze zaak stond centraal de vraag of de straf van onbetaalde arbeid ten algemenen nutte, zoals bedoeld in het oude Wetboek van Strafrecht, kon worden opgelegd in een strafzaak waarop de Wet op de economische delicten (WED) van toepassing is. De verdachte was in hoger beroep veroordeeld tot onbetaalde arbeid ter vervanging van hechtenis.
De Hoge Raad overwoog dat de WED niet expliciet voorziet in de oplegging van onbetaalde arbeid, maar dat op grond van artikel 91 Sr Pro de bepalingen van het Wetboek van Strafrecht, waaronder die over onbetaalde arbeid, ook van toepassing zijn op economische delicten tenzij de wet anders bepaalt. Artikel 5 WED Pro, dat beperkingen stelt aan de straffen en maatregelen in economische strafzaken, staat niet in de weg aan de omzetting van hechtenis in onbetaalde arbeid.
De wetsgeschiedenis en Memorie van Toelichting bij de WED werden besproken, waarbij werd benadrukt dat artikel 5 WED Pro bedoeld is als waarborg tegen verkapte bestraffing, maar niet de toepassing van bepalingen uit het Wetboek van Strafrecht uitsluit. De Hoge Raad concludeerde dat de straf van onbetaalde arbeid kon worden opgelegd en verwierp het cassatieberoep.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat onbetaalde arbeid als straf in economische strafzaken kan worden opgelegd en verwerpt het cassatieberoep.