ECLI:NL:PHR:2005:AT8249
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vaststelling omgangsregeling met niet-verzorgende ouder bij ernstig nadeel voor kind
De zaak betreft een verzoek van de biologische vader tot het vaststellen van een omgangsregeling met zijn minderjarige kinderen, waarbij de moeder het gezag heeft en de kinderen bij haar verblijven. De rechtbank wees het verzoek af vanwege de grote tegenstelling tussen ouders en het te verwachten nadeel voor de kinderen. Het hof vernietigde dit vonnis en stelde een omgangsregeling vast, ondanks het ontbreken van verweer van de moeder en haar afwezigheid bij de zitting.
De moeder en haar advocaat waren niet aanwezig bij de mondelinge behandeling, terwijl zij tijdig hadden verzocht om uitstel wegens vakantie. Het hof oordeelde dat de oproeping correct was en dat het beginsel van hoor en wederhoor niet was geschonden. Het hof motiveerde zijn beslissing echter onvoldoende, met name doordat het niet inging op het rapport van de Raad voor de Kinderbescherming, waarin werd geconcludeerd dat omgang te belastend zou zijn voor de kinderen.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof zijn beslissing onvoldoende begrijpelijk heeft gemotiveerd, omdat het niet duidelijk heeft gemaakt waarom het afweek van de bevindingen van de raad. De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak terug voor nieuwe behandeling, waarbij het belang van het kind en de conclusies van de raad centraal moeten staan.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt hofarrest wegens onvoldoende motivering en verwijst zaak terug voor nieuwe beoordeling van omgangsregeling.