ECLI:NL:PHR:2005:AT8328
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing getuigenverzoek en verwerpt verweren in ambtelijke corruptiezaak Curaçao
In deze zaak stond verdachte, voormalig gedeputeerde van de Dienst Openbare Werken van Curaçao, terecht wegens het aannemen van giften van een bouwbedrijf met het oogmerk om in strijd met zijn ambtsplicht projecten aan dat bedrijf toe te wijzen. Verdachte voerde onder meer aan dat de giften waren gedaan in het kader van fundraising voor zijn politieke partij en dat hij niet de feitelijke macht had om projecten toe te wijzen.
Het hof wees het verzoek van verdachte af om twee getuigen te horen, omdat deze niet uit eigen wetenschap konden verklaren of de projectverdeling al bij voorbaat vaststond en het verzoek niet in de juiste vorm was ingediend. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en oordeelde dat het horen van deze getuigen niet noodzakelijk was voor de verdediging.
Verder oordeelde de Hoge Raad dat voor het bewijs van passieve omkoping niet van belang is of de gever daadwerkelijk de bedoeling had dat de ambtenaar iets in strijd met zijn plicht zou doen, maar dat het erom gaat of de ambtenaar zich bewust was van die bedoeling. De Hoge Raad verwierp ook het verweer dat de giften slechts partijfinanciering betroffen, omdat uit de bewijsmiddelen bleek dat er een concreet verband was tussen de giften en de verwachting van bevoordeling.
De Hoge Raad verwierp alle cassatiemiddelen en bevestigde daarmee het vonnis van het hof in deze strafzaak over ambtelijke corruptie.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de veroordeling van verdachte wegens ambtelijke corruptie.