ECLI:NL:PHR:2005:AT9058
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Gedeeltelijke ontbinding aannemingsovereenkomst wegens verzuim zonder ingebrekestelling
De zaak betreft een geschil tussen een aannemer en een opdrachtgever over de bouw van een serre met ernstige vertraging en gebreken. De rechtbank heeft de aannemingsovereenkomst gedeeltelijk ontbonden en de aannemer veroordeeld tot schadevergoeding. De aannemer stelde dat hij niet in verzuim was geraakt omdat geen ingebrekestelling was gegeven en dat overmacht bestond wegens ziekte en lange levertijd van de pui.
De Hoge Raad oordeelt dat verzuim ook zonder ingebrekestelling kan intreden op grond van redelijkheid en billijkheid, vooral wanneer de aannemer als professioneel partij bekend is met de gebreken en voldoende tijd heeft gehad om deze te herstellen. De vertraging en gebreken waren voor risico van de aannemer, ook de ziekte en levertijd werden als risico van de aannemer aangemerkt.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde het oordeel van de rechtbank dat de aannemer in verzuim was en dat de gedeeltelijke ontbinding van de overeenkomst terecht was. Tevens werd bevestigd dat de aannemer niet in cassatie kon treden tegen het oordeel over de waarde van niet uitgevoerde werkzaamheden in een andere procedure.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de aannemer wordt verworpen; het verzuim zonder ingebrekestelling en de gedeeltelijke ontbinding van de overeenkomst worden bevestigd.