ECLI:NL:PHR:2005:AT9089
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van dringend eigen gebruik en vervreemding bij beëindiging huurovereenkomst woonruimte
In deze zaak vordert Stichting Mitros de beëindiging van een huurovereenkomst en ontruiming van een gehuurd pand wegens dringend eigen gebruik, gebaseerd op verliesgevende exploitatie en de wens tot verkoop van het gehuurde vrij van huur. De huurder, verweerder, voert verweer en vordert nakoming van onderhoudsverplichtingen.
De rechtbank en het hof wijzen de vorderingen van Mitros af, waarbij het hof expliciet oordeelt dat vervreemding van het gehuurde als grondslag voor dringend eigen gebruik is uitgesloten volgens art. 7A:1623e lid 1 sub 3º BW. Bovendien acht het hof onvoldoende onderbouwd dat verkoop vrij van huur de enige oplossing is voor de verliesgevende situatie.
De Hoge Raad bevestigt dat het wettelijke systeem een gesloten stelsel kent van limitatief omschreven gronden voor beëindiging van huurovereenkomsten en dat een beroep op dringend eigen gebruik niet kan worden uitgebreid tot louter financieel nadeel of de wens tot vervreemding. De wetgever heeft bewust gekozen voor deze restrictieve regeling, waarbij uitzonderingen alleen via de algemene billijkheidscorrectie mogelijk zijn.
De Hoge Raad benadrukt dat de wetgever bewust geen ruimte heeft gelaten voor een ruime belangenafweging die ook financiële motieven als grond voor ontruiming zou erkennen. De conclusie is dat de vordering van Mitros niet kan slagen en het cassatieberoep wordt verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat vervreemding geen grond is voor dringend eigen gebruik en beëindiging van de huurovereenkomst.