ECLI:NL:PHR:2005:AT9183
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt bevoegdheid tot verwijderen schutting ter waarborging toegang tot eigen grond
In deze zaak stond centraal de vraag of eiser eigenaar was geworden van een smalle strook grond tussen zijn perceel en dat van verweerder door verkrijgende of bevrijdende verjaring, en of verweerder gerechtigd was de schutting te verwijderen die de toegang tot die strook belemmerde.
Eiser stelde dat hij sinds eind jaren '60, en zeker vanaf 1973, bezit had van de grondstrook doordat hij een schuur met een achterwand tot aan de boerderij van verweerder had gebouwd. Verweerder betwistte dit en verwijderde in 1996 planken van die achterwand om toegang te verkrijgen tot zijn strook grond.
De rechtbank had eiser in het gelijk gesteld, maar het hof vernietigde dit en oordeelde dat eiser geen ondubbelzinnig bezit had en dat verweerder gerechtigd was de schutting te verwijderen om toegang tot zijn grond te waarborgen. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep van eiser en bevestigde dat het hof terecht buiten beschouwing liet wie eigenaar was van het uitstekende deel van de schutting, omdat verweerder niet onrechtmatig handelde gezien de omstandigheden en de onterechte eigendomspretenties van eiser.
Het arrest benadrukt dat eigenrichting niet per definitie onrechtmatig is indien bijzondere omstandigheden en rechtvaardigingsgronden aanwezig zijn, zoals hier het geval was om de toegang tot eigen grond te herstellen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eiser wordt verworpen en verweerder is gerechtigd de schutting te verwijderen om toegang tot zijn strook grond te waarborgen.