ECLI:NL:PHR:2005:AU1807
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vaststelling motiveringsplicht bij matiging loonvordering in hoger beroep
In deze zaak stond centraal of het gerechtshof had moeten ingaan op een bij pleidooi in hoger beroep voor het eerst gedaan beroep op matiging van een loonvordering. De werknemer was van mening dat zijn arbeidsovereenkomst door overgang van onderneming was voortgezet en dat het ontslag niet rechtsgeldig was. De werkgever voerde onder meer aan dat de loonvordering gematigd moest worden.
Het hof had het beroep op matiging zonder motivering terzijde gelegd, waarop de Hoge Raad oordeelde dat een dergelijke afwijzing altijd gemotiveerd moet worden. Dit geldt ook als de loonvordering niet gegrond zou zijn op een vernietigbare opzegging.
De Hoge Raad benadrukte verder de strikte regels omtrent het aanvoeren van nieuwe grieven in hoger beroep, waarbij een nieuwe grief in beginsel niet in aanmerking wordt genomen zonder ondubbelzinnige toestemming van de wederpartij. In deze zaak had de wederpartij echter geen bezwaar gemaakt, waardoor het hof niet zonder motivering aan het beroep op matiging voorbij mocht gaan.
De zaak werd daarom terugverwezen voor een inhoudelijke beoordeling van het matigingsverzoek door de feitenrechter, waarbij alle omstandigheden van het geval in aanmerking moeten worden genomen.
Uitkomst: Het arrest vernietigt het bestreden arrest en verwijst de zaak terug voor inhoudelijke beoordeling van het beroep op loonmatiging met motivering.