ECLI:NL:PHR:2005:AU2052
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling militair wegens nalatig in slaap vallen tijdens wachtdienst in Irak
De zaak betreft een militair die tijdens een vredesmissie in Irak op 15 augustus 2003 was belast met wachtdienst op een observatiepost. Hij werd slapend aangetroffen op het matras van het dak, nadat hij op een muurtje was gaan zitten. Het hof veroordeelde hem wegens ernstige nalatigheid in de vervulling van zijn waakzaamheidsplicht, met als gevolg dat het bewakingsgebied niet continu geobserveerd kon worden.
De verdediging voerde meerdere verweren aan, waaronder overmacht, afwezigheid van alle schuld (avas), en onbevoegd gegeven ambtelijk bevel. Het hof verwierp deze verweren, stellende dat de militair, ondanks de moeilijke omstandigheden zoals hoge temperaturen en vermoeidheid, maatregelen had moeten nemen om wakker te blijven en niet op het muurtje had moeten gaan zitten.
De Hoge Raad bevestigt het oordeel van het hof dat het beroep op artikel 31, tweede lid, Wet militaire strafrechtspraak niet opgaat voor militairen die zich onttrekken aan hun taak. Tevens oordeelt de Hoge Raad dat het hof de verwijtbaarheid terecht heeft vastgesteld en dat het verweer op overmacht en avas juridisch is verworpen met een begrijpelijke motivering. Het beroep op onbevoegd ambtelijk bevel faalt omdat het feit niet ter uitvoering van het bevel is gepleegd.
De Hoge Raad wijst op de hoge eisen die aan militairen op wacht worden gesteld vanwege hun Garantenstellung en de belangen die op het spel staan. Alle middelen van cassatie worden verworpen en de veroordeling blijft in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling van de militair wegens ernstige nalatigheid tijdens wachtdienst met een voorwaardelijke militaire detentie en taakstraf.