ECLI:NL:HR:2003:AF7985
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- F.H. Koster
- J.P. Balkema
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt moordveroordeling ondanks bewijsoverwegingen over schietafstand
De zaak betreft het cassatieberoep van een verdachte die in hoger beroep door het Gerechtshof te 's-Gravenhage is veroordeeld tot tien jaar gevangenisstraf voor moord op een slachtoffer in Rotterdam. De moord vond plaats op 16 september 2000, waarbij het slachtoffer op 18 september 2000 overleed.
Het geschil in cassatie richtte zich onder meer op de bewijsoverwegingen van het Hof, dat zich baseerde op een sectieverslag van de patholoog-anatoom en een deskundigenrapport en verklaring van een getuige-deskundige over de schietafstand en de plaats van de schotwond. Het Hof concludeerde dat het slachtoffer bewust in de rug was geschoten en niet van zeer nabij, ondanks dat het rapport en de verklaring niet expliciet in de bewijsmiddelen waren opgenomen.
De Hoge Raad overwoog dat het Hof deze bewijsmiddelen mocht gebruiken zonder dat deze formeel als bewijsmiddelen waren opgenomen, mits de inhoud daarvan ter terechtzitting is besproken. De klacht van de verdediging dat dit niet was gebeurd, werd verworpen. Verder werd het verweer van de verdachte dat het slachtoffer zichzelf per ongeluk zou hebben verwond tijdens een worsteling, door het Hof verworpen.
De Hoge Raad ziet geen reden om het arrest te vernietigen en verwerpt het cassatieberoep. De veroordeling tot tien jaar gevangenisstraf blijft daarmee in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de moordveroordeling en verwerpt het cassatieberoep.