ECLI:NL:PHR:2005:AU2235
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid werknemer voor schade aan werkgever bij verkeersongeval en bewuste roekeloosheid
In deze zaak gaat het om de aansprakelijkheid van een werknemer, werkzaam als taxichauffeur, die tijdens zijn werkzaamheden een verkeersongeval veroorzaakte door een weg in te rijden die was afgesloten met een inrijverbod, maar met uitzondering voor bestemmingsverkeer. De werkgever, City Tax, vorderde schadevergoeding voor de beschadiging van de bedrijfsauto.
De rechtbank wees de vordering toe, maar het hof vernietigde dit oordeel en wees de vordering af, omdat niet was komen vast te staan dat de werknemer opzettelijk of bewust roekeloos had gehandeld. De Hoge Raad bevestigt dat de bewijslast voor opzet of bewuste roekeloosheid bij de werkgever ligt en dat het begrip bewuste roekeloosheid inhoudelijk gelijk moet worden uitgelegd als in art. 7:658 BW Pro, waarbij vereist is dat de werknemer zich bewust was van het roekeloze karakter van zijn gedraging en de aanzienlijke kans op schade heeft aanvaard.
De Hoge Raad oordeelt dat het enkele negeren van een verkeersbord niet automatisch leidt tot een vermoeden van bewuste roekeloosheid. De werknemer had onweersproken gesteld dat hij de dag voor het ongeval dezelfde route had gereden zonder problemen en dat hij de uitzondering voor bestemmingsverkeer had afgeleid als rechtvaardiging. De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt daarmee het arrest van het hof.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de werknemer niet aansprakelijk is voor de schade aan de werkgever wegens ontbreken van opzet of bewuste roekeloosheid.