ECLI:NL:PHR:2005:AU2863
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid vader in cassatieberoep inzake gezagswijziging over minderjarige dochter
Partijen, vader en moeder, waren gehuwd en hebben twee kinderen, waaronder een dochter geboren in 1992. Na hun echtscheiding in 2002 werd het gezag over de dochter aan de moeder toegekend door het gerechtshof Amsterdam in 2003.
De vader verzocht in 2003 bij de rechtbank Alkmaar om wijziging van het gezag, zodat hij alleen het gezag zou krijgen. De rechtbank verklaarde hem niet-ontvankelijk omdat er geen relevante wijziging van omstandigheden was volgens art. 1:253o BW. Dit oordeel werd door het hof in hoger beroep bevestigd in 2004.
De vader stelde cassatieberoep in, maar diende dit op de laatste dag van de termijn per fax in, zonder een tijdig ingediend origineel ondertekend verzoekschrift. De Hoge Raad oordeelde dat dit niet binnen korte tijd was hersteld, waardoor het beroep niet-ontvankelijk is. Tevens werd geoordeeld dat het enkele tijdsverloop en het bereiken van de twaalfjarige leeftijd van de dochter geen wijziging van omstandigheden vormen die gezagswijziging rechtvaardigen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de vader wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige indiening van het originele verzoekschrift.