ECLI:NL:PHR:2005:AU3252
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep tegen vonnissen inzake bezwaren plan van toedeling ruilverkaveling
In deze zaak stond centraal of tegen vonnissen van de rechtbank inzake bezwaren tegen het plan van toedeling in een ruilverkaveling cassatieberoep en herroeping mogelijk is. De rechtbank had de vorderingen van eisers tot herroeping van deze vonnissen ongegrond verklaard, met verwijzing naar het rechtsmiddelenverbod in artikel 186 van Pro de Landinrichtingswet (Liw).
Eisers stelden in cassatie dat dit verbod niet geldt voor het buitengewone rechtsmiddel van herroeping en dat artikel 382 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) derogeert aan de Liw. De Hoge Raad oordeelde dat de exclusieve regeling van de Liw inzake rechtsmiddelen tegen uitspraken omtrent bezwaren tegen het plan van toedeling ook het middel van herroeping uitsluit, behoudens cassatie in het belang der wet.
Daarnaast wees de Hoge Raad het beroep af wegens schending van de goede procesorde, omdat het cassatieberoep was ingesteld tegen meerdere vonnissen in verschillende gedingen bij één exploot van dagvaarding zonder dat voeging had plaatsgevonden. De Hoge Raad verwierp voorts het verweer dat de rechtbank had moeten onderzoeken of de gronden voor herroeping tevens doorbreking van het rechtsmiddelenverbod konden rechtvaardigen, omdat de aangevoerde gronden niet voldeden aan de strikte criteria voor doorbreking.
De Hoge Raad verklaarde het cassatieberoep niet-ontvankelijk en bevestigde daarmee de uitsluiting van rechtsmiddelen tegen uitspraken over bezwaren tegen het plan van toedeling in de Liw.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard vanwege het rechtsmiddelenverbod in de Landinrichtingswet.