ECLI:NL:PHR:2005:AU3259
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid aannemer voor ongeval ingehuurde loodgieter buiten dienstbetrekking
In deze zaak gaat het om een ongeval waarbij een loodgieter, ingehuurd door een onderhouds- en installatiebedrijf, ernstig letsel opliep tijdens werkzaamheden aan een dak. De loodgieter en zijn collega waren in dienst bij een ander bedrijf en verrichtten het werk buiten hun reguliere diensttijd en dienstbetrekking. De aannemer had de werkzaamheden aangenomen en de loodgieters ingeschakeld voor uitvoering.
De rechtbank en het hof oordeelden dat tussen de aannemer en de loodgieters geen arbeidsovereenkomst bestond, maar dat de aansprakelijkheid van de aannemer op grond van artikel 7:658 lid 4 BW Pro van toepassing was vanwege de feitelijke gezagsverhouding en betrokkenheid bij de uitvoering van het werk. De steiger die door de aannemer was geleverd was onveilig, wat mede leidde tot het ongeval.
De Hoge Raad bevestigt het oordeel van het hof dat sprake was van een gezagsverhouding en dat de aannemer aansprakelijk is op grond van art. 7:658 lid 4 BW Pro. De klachten van de aannemer over de reikwijdte van deze aansprakelijkheid en de branchevreemdheid van de werkzaamheden worden verworpen. De uitspraak benadrukt de beschermingsfunctie van deze wettelijke bepaling voor werknemers die werkzaamheden verrichten zonder arbeidsovereenkomst maar onder gezag van de opdrachtgever.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de aansprakelijkheid van de aannemer op grond van art. 7:658 lid 4 BW voor het ongeval van de ingehuurde loodgieter.