ECLI:NL:PHR:2005:AU3292
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over onrechtmatige fouillering door burger bij winkeldiefstal en strafvermindering
In deze zaak werd verdachte op heterdaad betrapt op winkeldiefstal door een winkelbeveiliger, die hem vervolgens zonder aanhouding door een opsporingsambtenaar fouilleerde. Het hof stelde vast dat deze fouillering onrechtmatig was, maar oordeelde dat dit geen nadeel voor verdachte opleverde dat strafvermindering rechtvaardigt.
De verdediging stelde dat de fouillering door een gewone burger niet was toegestaan en dat het verkregen bewijs onrechtmatig was, waardoor strafvermindering passend zou zijn. De Hoge Raad bevestigt dat alleen opsporingsambtenaren bevoegd zijn tot kledingonderzoek na aanhouding en dat burgers slechts mogen aanhouden bij heterdaad.
Desondanks concludeert de Hoge Raad dat het bewijs niet uitgesloten hoeft te worden, omdat de winkelbeveiliger het diefstalfeit zelf had waargenomen en de verdachte zich had bekend. Bovendien is niet gebleken dat de verdachte een concreet, onherstelbaar nadeel heeft ondervonden door de onrechtmatige fouillering.
De Hoge Raad benadrukt dat strafvermindering wegens onrechtmatig verkregen bewijs alleen mogelijk is als daadwerkelijk nadeel is aangetoond, wat hier niet het geval is. De klacht van de verdediging wordt daarom verworpen en het beroep afgewezen.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst het cassatieberoep af en bevestigt dat de onrechtmatige fouillering door een burger geen strafvermindering rechtvaardigt.