ECLI:NL:PHR:2005:AU3495
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt objectieve maatstaf voor belaging ex art. 285b Sr zonder vereiste ernstige emotionele gevolgen
In deze zaak werd de verdachte door het Gerechtshof Amsterdam veroordeeld wegens meerdere feiten van belaging ex art. 285b Sr, waaronder het stelselmatig maken van inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van twee slachtoffers door onder meer het schrijven van brieven, ongewenst betreden van woning, hinderlijk volgen en benaderen.
De verdachte stelde cassatie in tegen de bewezenverklaring en kwalificatie van de feiten als belaging, met name omdat volgens hem niet uit de bewijsmiddelen kon worden afgeleid dat sprake was van ernstige emotionele gevolgen of een ingrijpende verstoring van het leven van de slachtoffers.
De Hoge Raad overwoog dat de wet en wetsgeschiedenis geen vereiste stellen dat de gedragingen een diepe impact of ernstige emotionele gevolgen moeten hebben gehad. De beoordeling van belaging vindt plaats aan de hand van objectieve maatstaven, waarbij het gedrag van de verdachte als inbreuk op de privacy moet worden aangemerkt. Subjectieve gevoelens van het slachtoffer zijn niet doorslaggevend, maar het gedrag moet wel als hinderlijk en ongewenst worden ervaren.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat het hof terecht tot bewezenverklaring en kwalificatie van belaging is gekomen op grond van de aard, duur, frequentie en intensiteit van de gedragingen van de verdachte. De strafrechtelijke bescherming richt zich op het voorkomen van hinderlijk gedrag voordat ernstige gevolgen optreden.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling wegens belaging blijft in stand.