ECLI:NL:HR:2004:AO5710
Hoge Raad
- Cassatie
- W.J.M. Davids
- J.P. Balkema
- A.J.A. van Dorst
- W.A.M. van Schendel
- J.W. Ilsink
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor belaging wegens stelselmatige inbreuk op persoonlijke levenssfeer
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarin verdachte is veroordeeld voor belaging op grond van artikel 285b van het Wetboek van Strafrecht. Verdachte had zich gedurende vijf maanden veelvuldig en geruime tijd, ook in de nachtelijke uren, in de nabijheid van de woning en werkplek van het slachtoffer opgehouden en haar gevolgd en geobserveerd.
De verdediging voerde aan dat gedragingen op de openbare weg niet strafbaar kunnen zijn en dat er geen sprake was van een inbreuk op de persoonlijke levenssfeer omdat verdachte niet binnengedrongen was in huis, tuin of werkplek van het slachtoffer. De Hoge Raad oordeelde dat het EVRM-artikel 2.1 van het Vierde Protocol niet verhindert dat gedragingen op de openbare weg strafbaar worden gesteld en dat het begrip persoonlijke levenssfeer een transcendent begrip is dat zich ook uitstrekt buiten de besloten ruimten.
Het hof had terecht geoordeeld dat de gedragingen van verdachte stelselmatig en met het oogmerk het slachtoffer te dwingen iets te doen of te dulden plaatsvonden. De Hoge Raad verwierp de cassatiemiddelen en bevestigde de veroordeling tot een taakstraf en voorwaardelijke hechtenis. Hiermee werd het grondrecht op privacy en persoonlijke vrijheid van het slachtoffer beschermd tegen de inbreuk door de verdachte.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling van verdachte voor belaging met een taakstraf en voorwaardelijke hechtenis.