ECLI:NL:PHR:2005:AU4793
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Rechtmatigheid plaatsing gedetineerde op vlucht- en gemeengevaarlijke gedetineerdenlijst
Eiser werd in 2001 aangehouden en veroordeeld tot acht jaar gevangenisstraf wegens handel in heroïne en wapenbezit. Tijdens zijn detentie werd hij geplaatst op de lijsten van vlucht- en gemeengevaarlijke gedetineerden (VGG-lijsten), eerst op lijst II, daarna op lijst I, en weer terug op lijst II. Eiser maakte bezwaar tegen deze plaatsingen en vorderde in kort geding verwijdering van zijn naam van de lijsten en bekendmaking van de bronnen die aanleiding waren voor zijn plaatsing.
De voorzieningenrechter wees de vorderingen af, omdat de plaatsing op de lijsten marginaal toetsbaar is en op redelijke gronden was gebaseerd. Het hof bevestigde dit oordeel in hoger beroep. Eiser stelde cassatie in tegen deze beslissingen.
De Hoge Raad overwoog dat de plaatsing op de VGG-lijsten gebaseerd was op een combinatie van harde en zachte informatie, waaronder ambtsberichten, meldingen van het meldpunt GRIP en incidenten tijdens detentie. De plaatsing was gerechtvaardigd vanwege het hoge vluchtgevaar en het onaanvaardbare maatschappelijke risico. De trapgewijze afbouw van de plaatsing op de lijsten werd als passend beleid erkend. Het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de rechtmatigheid van de plaatsing van eiser op de VGG-lijsten.