ECLI:NL:PHR:2005:AU4799
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt onrechtmatigheid oplegging ISD-maatregel voor feiten vóór invoering en behoudt vrijspraak en SOV-maatregel
De zaak betreft de oplegging van de ISD-maatregel aan een verdachte voor gedragingen gepleegd vóór de inwerkingtreding van de wet die deze maatregel mogelijk maakte. Het hof had de ISD-maatregel opgelegd, hoewel de feiten zich voordeden vóór 1 oktober 2004, de datum van invoering van de ISD-maatregel. De verdachte werd vrijgesproken van de poging tot diefstal en veroordeeld tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders.
De Hoge Raad stelt vast dat de ISD-maatregel niet van toepassing kan zijn op feiten die zijn gepleegd vóór de inwerkingtreding van de wet, omdat dit in strijd is met het verbod op terugwerkende kracht van strafwetgeving (art. 1 lid 1 Sr Pro en art. 7 EVRM Pro). Het hof had de oudere SOV-maatregel moeten toepassen, die inhoudelijk sterk overeenkomt met de ISD-maatregel, met name ten aanzien van verslaafde daders.
De motivering van het hof voor het opleggen van de maatregel was gebaseerd op de ernst van de feiten, de recidive en de verslavingsproblematiek van de verdachte. De Hoge Raad bevestigt dat deze omstandigheden voldeden aan de voorwaarden voor de SOV-maatregel. De verdachte werd niet benadeeld omdat de ISD-maatregel niet zwaarder is dan de SOV-maatregel. De vrijspraak van de poging tot diefstal blijft in stand. De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het arrest van het hof, met dien verstande dat de ISD-maatregel niet had mogen worden opgelegd.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de oplegging van de ISD-maatregel wegens terugwerkende kracht en bevestigt de vrijspraak en toepassing van de SOV-maatregel.