ECLI:NL:PHR:2005:AU5444
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak medeverdachte sluit bewezenverklaring geweldpleging niet uit
In deze zaak heeft de Hoge Raad het cassatieberoep behandeld tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage, waarin verzoeker is veroordeeld voor openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen. De medeverdachte, de vader van verzoeker, was in een andere procedure vrijgesproken van dezelfde tenlastelegging. De verdediging stelde dat de vrijspraak van de vader uitsluit dat er sprake kan zijn van openlijke geweldpleging.
De Hoge Raad benadrukt dat de waardering van het bewijsmateriaal aan de feitenrechter is voorbehouden en dat verschillende kamers van het hof in verschillende samenstellingen tot uiteenlopende conclusies kunnen komen, ook bij hetzelfde feitencomplex. De vrijspraak van de vader, die onherroepelijk is geworden, betekent niet dat de bewezenverklaring tegen verzoeker onjuist is.
De zaak betreft een incident waarbij vader en zoon als burgerwacht optraden en geweld gebruikten tegen een slachtoffer. Het hof heeft in de zaak tegen verzoeker vastgesteld dat hij en zijn vader samen geweld hebben gepleegd, terwijl het hof in de zaak tegen de vader oordeelde dat er geen bewuste samenwerking was gericht op geweldpleging.
De Hoge Raad concludeert dat het cassatiemiddel, dat zich baseert op de vrijspraak van de vader, niet slaagt en verwerpt het beroep. De vrijheid van de strafrechter om feiten te waarderen en het recht toe te passen in elke afzonderlijke zaak blijft onaangetast.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling voor openlijk in vereniging geweld plegen.