ECLI:NL:PHR:2005:AU7495
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek schuldsaneringsregeling wegens gebrek aan goede trouw bij ontstaan en onbetaald laten van schulden
Verzoeker diende een verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling in met een schuldenlast van ruim €21.000. De rechtbank wees dit verzoek af omdat verzoeker niet te goeder trouw was bij het ontstaan van schulden aan het CJIB en het onbetaald laten van schulden aan het UWV. Het hof bekrachtigde dit oordeel na hoger beroep. Verzoeker stelde in cassatie dat het oordeel onvoldoende gemotiveerd was en dat de schuld aan het UWV te gering was om toepassing van de regeling te weigeren.
De Hoge Raad oordeelde dat de gedragsmaatstaf van goede trouw in art. 288 lid 2 onder Pro b Fw een gedragsnorm betreft en dat het hof deze maatstaf correct heeft toegepast. Het enkele onbetaald laten van een schuld is niet per definitie ontrouw, maar kan dat wel zijn bij bijkomende omstandigheden. Het hof heeft terecht geoordeeld dat verzoeker niet te goeder trouw was bij het ontstaan van de verkeersboetes en het onbetaald laten van de schuld aan het UWV, mede gelet op de cumulatie van boetes en het niet nakomen van de inlichtingenplicht.
Ook het betoog dat de persoonlijke omstandigheden van verzoeker, zoals het verrichten van arbeid en de schuldenlast van zijn partner, tot toewijzing zouden moeten leiden, werd verworpen. De Hoge Raad bevestigde dat het hof voldoende gemotiveerd heeft geoordeeld dat deze omstandigheden onvoldoende waren om het verzoek toe te wijzen. Het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens het ontbreken van goede trouw bij het ontstaan en onbetaald laten van schulden.