ECLI:NL:PHR:2007:AZ6535
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek schuldsanering wegens ontbreken goede trouw bij ontstaan schulden
De zaak betreft het beroep in cassatie tegen het arrest van het hof dat het verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling van verzoekster heeft afgewezen op grond van artikel 288 lid 2 onder Pro b Faillissementswet (Fw). Het hof oordeelde dat verzoekster niet te goeder trouw was bij het ontstaan en het onbetaald laten van haar schulden, met name de schuld aan de Sociale Dienst wegens onrechtmatig ontvangen bijstandsuitkeringen.
Verzoekster had naast haar bijstandsuitkering ook inkomsten uit arbeid genoten, zonder dit te melden, en had schulden aangegaan waarvan zij wist of had moeten weten dat zij deze niet kon terugbetalen. Pogingen tot aflossing en het betoog dat haar leven inmiddels was gebeterd, werden door het hof onvoldoende geacht om alsnog tot toelating te leiden.
In cassatie werden klachten geuit over de motivering van het hof, het ontbreken van strafrechtelijke vervolging, en het niet meenemen van betalingsregelingen. De Hoge Raad verwierp deze klachten en bevestigde dat het hof de weigeringsgrond van art. 288 lid 2 onder Pro b Fw voldoende had gemotiveerd en dat het ontbreken van strafrechtelijke vervolging niet uitsluit dat er geen goede trouw was. Ook werd benadrukt dat de schuldsaneringsregeling een uitzonderingsrecht is, waarbij de schuldenaar voldoende concrete feiten moet stellen om toegelaten te worden.
Uitkomst: Verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens ontbreken van goede trouw bij het ontstaan van de schulden.