ECLI:NL:PHR:2006:AT4931
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vrijstelling van successierecht voor verkrijging van STRIPS niet van toepassing
De zaak betreft de vraag of de verkrijging van STRIPS (Separate Trading of Registered Interest and Principal Securities) is vrijgesteld van het recht van successie op grond van artikel 32, lid 1, onderdeel 10, van de Successiewet 1956. Belanghebbenden hadden STRIPS verkregen die rentecoupons van staatsobligaties vertegenwoordigen en stelden dat deze onder de vrijstelling vallen.
Het Hof had geoordeeld dat de vrijstelling van toepassing is, maar de staatssecretaris van Financiën stelde in cassatie dat STRIPS geen periodiek genoten rentebedragen zijn, maar eenmalige betalingen, en dat de vrijstelling daarom niet van toepassing is. De staatssecretaris wees ook op het ongerijmde resultaat van volledige vrijstelling, waarmee een totaal successierechtvrij vermogen kan worden gecreëerd.
De Hoge Raad overweegt dat de vrijstelling ziet op periodiek genoten inkomsten die termijnsgewijs worden genoten en dat STRIPS, die recht geven op een eenmalige betaling, niet aan deze eis voldoen. Ook kan geen beroep worden gedaan op de Mededeling van de staatssecretaris van 12 juli 1993, omdat deze alleen ziet op de heffing van inkomstenbelasting en niet op successierecht. De conclusie is dat de vrijstelling niet van toepassing is en dat de aanslagen successierecht terecht zijn opgelegd.
Uitkomst: De verkrijging van STRIPS is niet vrijgesteld van successierecht en de aanslagen zijn terecht opgelegd.