ECLI:NL:PHR:2006:AT8954
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Toetsing bewijsvereisten bij overbrenging accijnsgoederen onder schorsing en alternatieve bewijsmiddelen
Belanghebbende, een producent en handelaar in tabaksproducten, kreeg naheffingsaanslagen opgelegd wegens het niet terugontvangen van het derde exemplaar van administratief geleidedocumenten (AGD) bij zendingen accijnsgoederen onder schorsing in 1993. De Inspecteur stelde naheffingsaanslagen accijns en omzetbelasting vast, welke belanghebbende betwistte.
Het Hof verklaarde het beroep deels gegrond door de naheffingsaanslag omzetbelasting te vernietigen, maar handhaafde de accijnsnaheffing. Belanghebbende stelde cassatie in tegen deze uitspraak met onder meer het middel dat het Hof onjuiste bewijsregels hanteerde door de Leidraad accijns 1997 als maatstaf te nemen.
De Hoge Raad bevestigt dat het ontbreken van het afgetekende derde exemplaar van het geleidedocument een onregelmatigheid vormt, maar dat de verzender alternatieve bewijsmiddelen kan aanvoeren om aannemelijk te maken dat de goederen zijn overgenomen door een erkende geadresseerde. De ontvankelijkheid van deze bewijsmiddelen wordt beoordeeld aan de hand van het nationale procesrecht. Voor de zending naar het Verenigd Koninkrijk werd voldoende aannemelijk gemaakt dat de geadresseerde erkend was en de goederen zijn ontvangen, terwijl dit voor de zending naar Frankrijk niet het geval was. De naheffingsaanslag accijns wordt dienovereenkomstig verminderd.
Uitkomst: De naheffingsaanslag accijns wordt verminderd voor de zending naar het Verenigd Koninkrijk en bevestigd voor de zending naar Frankrijk; de naheffingsaanslag omzetbelasting wordt vernietigd.