ECLI:NL:HR:1999:AA2766
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- Zuurmond
- Fleers
- Pos
- Beukenhorst
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt lagere waarde dienstwoning bij loonbelastingbesparing
De Inspecteur stelde de besparing van de dienstwoning van belanghebbende, directeur van een basisschool, gelijk aan de economische huurwaarde. Belanghebbende verzocht om een lagere waardering, namelijk 15% van zijn besteedbare inkomen. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur de beschikking, maar het Hof vernietigde deze en stelde de waarde vast op 15% van het besteedbare inkomen.
De Staatssecretaris van Financiën stelde cassatieberoep in tegen deze uitspraak. De Hoge Raad oordeelde dat het woord "aantonen" in artikel 11, lid 4, van de Uitvoeringsregeling loonbelasting 1990 niet vereist dat overtuigend bewijs wordt geleverd, maar dat aannemelijk maken volstaat. Het Hof mocht daarom de lagere waarde vaststellen op basis van statistische gegevens over vergelijkbare huurders en eigenaren in de regio Groot-Amsterdam.
De Hoge Raad verwierp ook het betoog dat het dictum onvoldoende duidelijkheid zou bieden over de besparingswaarde. De Staatssecretaris werd veroordeeld in de proceskosten. Hiermee blijft de lagere waardering van de dienstwoning als besparing in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Staatssecretaris van Financiën wordt verworpen en de lagere waardering van de dienstwoning als besparing blijft in stand.