ECLI:NL:PHR:2006:AU3721
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verzoek tot staken afwikkeling faillissementen en recht op hoor en wederhoor bij rechter-commissaris
In deze zaak gaat het om een verzoek van derden aan de rechter-commissaris om curatoren te bevelen de afwikkeling van drie samenhangende faillissementen achterwege te laten, op grond van een vaststellingsovereenkomst. Verzoekers stelden dat zij als aandeelhouder en schuldeiser door deze overeenkomst werden benadeeld en dat zij recht hadden op hoor en wederhoor, inclusief een mogelijkheid tot repliek.
De rechter-commissaris verklaarde verzoekers deels niet-ontvankelijk en wees het verzoek af. Verzoekers stelden cassatie in tegen deze beslissing. De Hoge Raad overwoog dat art. 65 FbNA Pro slechts een eenvoudige regeling biedt om bezwaren tegen het beheer van de curator kenbaar te maken, zonder dat sprake is van een formele procedure met partijen en wederhoor. Het recht op hoor en wederhoor, en daarmee ook op repliek, geldt niet in deze procedure.
Voorts oordeelde de Hoge Raad dat de rechter-commissaris niet kwalificeert als een 'impartial tribunal' in de zin van art. 6 EVRM Pro, omdat het geschil ziet op de uitoefening van curatorbevoegdheden en niet op civiele rechten van verzoekers. Daarnaast is art. 65 FbNA Pro niet de exclusieve weg om civiele rechten te beschermen. Het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; verzoekers hebben geen recht op repliek en de rechter-commissaris is geen 'impartial tribunal' in de zin van art. 6 EVRM.