ECLI:NL:PHR:2006:AU3869
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over niet-ontvankelijkheid, bewijsuitsluiting en bewijsvoering in zaak mensensmokkel
In deze zaak heeft de Hoge Raad het cassatieberoep tegen beslissingen van het hof tot verwijzing van de zaak ex art. 423.2 Sv niet-ontvankelijk verklaard, omdat deze beslissingen geen einduitspraken zijn. Tevens heeft de Hoge Raad verzoeken van de verdediging tot het horen van een in een anonieme brief genoemde getuige en tot onderzoek naar het bestaan van een Rijksrechercherapport beoordeeld. Het hof had deze verzoeken afgewezen op grond van het criterium van noodzaak zoals bedoeld in art. 315 Sv Pro jo. art. 415 Sv Pro, waarbij de anonieme herkomst en inhoud onvoldoende aanknopingspunten boden.
De verdediging voerde diverse middelen aan, waaronder dat het hof een onjuiste maatstaf hanteerde bij de beoordeling van verzoeken tot invrijheidsstelling en het horen van getuigen, en dat het bewijs onrechtmatig was verkregen, met name met betrekking tot ZOA-bestanden en tapgesprekken. De Hoge Raad bevestigde dat het onderzoek ter terechtzitting reeds met een pro forma zitting aanvangt en verwierp het verweer dat dit anders zou zijn. Ook oordeelde de Hoge Raad dat het hof de juiste maatstaf hanteerde bij de afwijzing van verzoeken tot het horen van getuigen en het toevoegen van stukken aan het dossier.
Het hof had geoordeeld dat de verdediging door het afwijzen van getuigenverzoeken niet in haar verdediging werd geschaad, mede omdat veel getuigen reeds door de rechter-commissaris waren gehoord en de verdediging voldoende gelegenheid had gehad om vragen te stellen. Het hof verwierp het niet-ontvankelijkheidsverweer en het bewijsuitsluitingsverweer, stellende dat geen ernstige schending van beginselen van een behoorlijke procesorde was vastgesteld en dat het bewijsmateriaal betrouwbaar was.
Ten aanzien van de bewezenverklaring van feiten omtrent mensensmokkel en deelname aan een criminele organisatie concludeerde de Hoge Raad dat uit het bewijsmateriaal, waaronder afgeluisterde telefoongesprekken en verklaringen van betrokkenen, voldoende kan worden afgeleid dat verdachte deelnam aan de organisatie en betrokken was bij de smokkelactiviteiten. De Hoge Raad vond geen gronden voor vernietiging en verwees de zaak naar een ander hof voor hernieuwde behandeling.
Uitkomst: Het cassatieberoep tegen de verwijzing ex art. 423.2 Sv is niet-ontvankelijk verklaard; overige klachten zijn verworpen en de zaak is verwezen voor hernieuwde behandeling.