ECLI:NL:PHR:2006:AU4754
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Rechtsbescherming tegen afwijzing verzoek wijzigingsbeschikking WOZ-waarde
Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen een aanslag onroerendezaakbelasting (OZB) gebaseerd op een WOZ-waarde, omdat een naderende wegvariant mogelijk tot sloop van zijn woning zou leiden en daarmee de waarde zou verminderen. De gemeente weigerde een wijzigingsbeschikking te nemen, omdat onzeker was of de sloop daadwerkelijk zou plaatsvinden en de waardevermindering per peildatum niet relevant was.
Het Hof verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond, stellende dat tegen het niet nemen van een wijzigingsbeschikking geen rechtsmiddel openstaat. Belanghebbende stelde in cassatie dat dit in strijd is met het recht op bezwaar en beroep zoals neergelegd in de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De Hoge Raad oordeelt dat de afwijzing van een verzoek om een wijzigingsbeschikking moet worden aangemerkt als een beschikking in de zin van de Awb, en derhalve voor bezwaar vatbaar is. Dit volgt uit de tekst en stelsel van de Awb en de WOZ, en sluit aan bij het doel van rechtsbescherming. De uitspraak van het Hof wordt vernietigd en de zaak verwezen voor verdere behandeling.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en oordeelt dat de afwijzing van een verzoek om een wijzigingsbeschikking een voor bezwaar vatbare beschikking is.