ECLI:NL:HR:2006:AU4754
Hoge Raad
- Cassatie
- L. Monné
- P.J. van Amersfoort
- A.R. Leemreis
- C.J.J. van Maanen
- C.A. Streefkerk
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over bezwaar tegen schriftelijke weigering nieuwe WOZ-waardebeschikking
Belanghebbende ontving voor het jaar 2003 aanslagen onroerendezaakbelastingen gebaseerd op een WOZ-waarde van €332.167. Na bezwaar wees het Hoofd afdeling Publiekszaken het bezwaar af en kwalificeerde dit tevens als een verzoek tot een nieuwe waardebeschikking op grond van artikel 19 van Pro de Wet WOZ. Het Hoofd stelde dat geen aanleiding bestond voor een nieuwe beschikking.
Belanghebbende ging in beroep bij het Hof, dat het beroep ongegrond verklaarde. In cassatie stelde belanghebbende dat het Hof ten onrechte oordeelde dat tegen de weigering van een nieuwe waardebeschikking geen rechtsmiddel openstaat. De Hoge Raad overwoog dat de schriftelijke weigering van het Hoofd gelijkgesteld moet worden met een voor bezwaar vatbare beschikking op grond van artikel 6:2 Awb Pro.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het Hof en gelastte dat het beroepschrift wordt behandeld als een tijdig ingediend bezwaarschrift. Tevens werd de gemeente Opsterland veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten. Hiermee wordt bevestigd dat belanghebbenden tegen een schriftelijke weigering tot het nemen van een nieuwe WOZ-waardebeschikking bezwaar kunnen maken.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en gelast dat het beroepschrift wordt behandeld als een tijdig ingediend bezwaarschrift tegen de schriftelijke weigering tot het nemen van een nieuwe WOZ-waardebeschikking.