ECLI:NL:PHR:2006:AU5704
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid Nederlandse rechter bij privaatrechtelijke borgtocht en douaneschulden
Deze zaak betreft een geschil tussen de Staat en een Franse vennootschap (PFA) over de aansprakelijkheid uit privaatrechtelijke borgtochtovereenkomsten die borg staan voor douaneschulden. De vraag was of de Nederlandse rechter bevoegd is op grond van het EEX-Verdrag, waarbij de aard van de zaak (burgerlijk of douanezaak) centraal stond.
De Hoge Raad verwees prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen over de uitleg van art. 1 EEX Pro-Verdrag. Het Hof oordeelde dat een vordering van een staat op grond van een privaatrechtelijke borgtocht die is gesloten ter vervulling van een overheidsvoorwaarde als een burgerlijke of handelszaak moet worden beschouwd, mits de staat geen bijzondere overheidsbevoegdheden gebruikt buiten het privaatrecht.
De Hoge Raad bevestigt dat de omstandigheid dat de borgtocht is gesteld ter vervulling van een overheidsvoorwaarde niet afdoet aan het burgerlijk karakter van de zaak. Ook het feit dat de borg verweren kan voeren die betrekking hebben op douaneschulden maakt de zaak geen douanezaak. De borg is niet zelf douaneschuldenaar en de rechtsgrond van haar aansprakelijkheid is privaatrechtelijk.
Het bestreden arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar een ander gerechtshof voor verdere behandeling, waarbij de bevoegdheid van de Nederlandse rechter nader moet worden onderzocht op basis van het EEX-Verdrag.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar een ander gerechtshof voor verdere behandeling.