ECLI:NL:PHR:2006:AU5719
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest wegens onvoldoende bewijs oplichting en organisatieoogmerk
De Hoge Raad heeft het arrest van het Gerechtshof Amsterdam vernietigd voor zover het betrekking heeft op de bewezenverklaring van oplichting door het aannemen van een valse naam en het oogmerk van de criminele organisatie om opzetheling te plegen. Het hof had bewezen verklaard dat verdachte en medeverdachten een oudere man met listige kunstgrepen en het aannemen van valse namen hadden bewogen tot het afgeven van geld voor een woningverbouwing tegen een veel te hoge prijs. De Hoge Raad oordeelde dat het bewijs voor het gebruik van een valse naam onvoldoende was en sprak verdachte vrij van dat onderdeel. Ook was het oogmerk van de organisatie om opzetheling te plegen niet voldoende gemotiveerd.
De Hoge Raad benadrukte de restrictieve uitleg van het delict oplichting ex art. 326 Sr Pro, waarbij niet iedere wanprestatie of civielrechtelijke wanbetaling strafbaar is. Listige kunstgrepen moeten zodanig zijn dat een normale, voorzichtig handelende burger daardoor wordt misleid. In deze zaak was het slachtoffer een oudere, vergeetachtige man die ondanks waarschuwingen toch betaalde, waardoor het hof ten onrechte van oplichting sprak. De Hoge Raad stelde dat de wetgever een taak heeft om handelingsonbekwame personen beter te beschermen, maar dat de rechter dit niet kan doen op basis van de huidige strafwet.
De overige middelen van cassatie werden verworpen. Het arrest van het hof werd vernietigd voor zover het de bewezenverklaring en strafoplegging voor de feiten over oplichting met valse naam en het organisatieoogmerk betreft, en verwezen naar een passende beslissing door het hof. De veroordeling voor medeplegen van oplichting en andere feiten bleef in stand.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van het onderdeel oplichting door het aannemen van een valse naam; arrest vernietigd en terugverwezen.