ECLI:NL:PHR:2007:BA7685
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens oplichting en valsheid in geschrifte door aannemen valse hoedanigheid als financieel bemiddelaar
Verdachte heeft zich in de periode 1997 tot 2003 schuldig gemaakt aan oplichting en valsheid in geschrifte door zich voor te doen als een bonafide bemiddelaar in financiële diensten en makelaar, die geldbedragen van gedupeerden in depot zou houden tegen een hogere rente dan banken boden. In werkelijkheid stortte hij het geld op zijn eigen rekening, belegde het in opties en besteedde het aan persoonlijke uitgaven, zonder dit aan de gedupeerden mede te delen.
Het hof oordeelde dat verdachte een valse hoedanigheid aannam door zich als betrouwbare tussenpersoon voor te doen terwijl hij de gelden niet overeenkomstig de afspraken beheerde. Verdachte sloot met de gedupeerden schriftelijke leningscontracten en gebruikte blanco formulieren om valse overeenkomsten op te stellen waarin werd gesuggereerd dat de gelden voor beleggingen waren bestemd, terwijl dit niet overeenkwam met de oorspronkelijke afspraken.
De bewezenverklaring omvatte tevens valsheid in geschrifte door het opmaken van valse verklaringen met valse handtekeningen. Verdachte werd veroordeeld tot twaalf maanden gevangenisstraf, waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, en ontzetting van het recht om het beroep van bemiddelaar en makelaar uit te oefenen voor vijf jaar. De vorderingen van de benadeelde partijen werden gedeeltelijk toegewezen. De Hoge Raad vernietigde het vonnis voor zover het de strafoplegging betreft wegens overschrijding van de inzendtermijn en matigde de straf, terwijl het overige beroep werd verworpen.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot twaalf maanden gevangenisstraf, waarvan zes maanden voorwaardelijk, en ontzetting uit het beroep van bemiddelaar en makelaar voor vijf jaar.