ECLI:NL:PHR:2006:AU5756
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Cassatie over meineed politieagent door verzwijging gebruik dienstwapen in proces-verbaal aanhouding
Deze zaak betreft een politieagent die werd vervolgd voor meineed omdat hij in het proces-verbaal van aanhouding niet had vermeld dat hij zijn dienstwapen had gericht op een medeverdachte tijdens een gewelddadige aanhouding. Het hof had geoordeeld dat de agent een rechtsplicht had om dit te vermelden en dat het weglaten daarvan een valse verklaring opleverde. De agent werd veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf.
De Hoge Raad overwoog dat het hof terecht had vastgesteld dat het richten van het dienstwapen relevant was voor de beoordeling van de ernst van het geweld en dat het proces-verbaal daarom deze handeling had moeten bevatten. Echter, uit de verklaringen van de verdachte en het bewijsmateriaal kon niet voldoende worden afgeleid dat hij opzettelijk een valse verklaring had afgelegd met het oog op het creëren van een onware voorstelling van zaken.
De Hoge Raad stelde dat het enkel bewust weglaten van een feit niet automatisch betekent dat sprake is van opzet op een valse verklaring. De motivering van het hof op dit punt was onvoldoende. Daarom werd het arrest vernietigd en de zaak verwezen voor hernieuwde behandeling in hoger beroep.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering van het opzet en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling.