ECLI:NL:PHR:2006:AU6035
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Overgangsrecht en fiscale kwalificatie van preferente aandelenuitgiften en intrekkingen in aanmerkelijkbelangregime
De zaak betreft de fiscale behandeling van twee uitdelingen van preferente aandelen door een belanghebbende in een Holding BV, gevolgd door intrekking en verkoop van deze aandelen. De belanghebbende ontving preferente aandelen ten laste van een fiscaal erkende agioreserve, waarvan een deel direct werd ingetrokken met terugbetaling, en een ander deel werd verkocht aan mede-aandeelhouders. Het geschil spitst zich toe op de vraag of deze transacties belastbaar zijn als dividend of als winst uit aanmerkelijk belang, en of het overgangsrecht van het nieuwe aanmerkelijkbelangregime per 1 januari 1997 van toepassing is.
Het hof oordeelde dat het overgangsrecht van toepassing was op de aandelen die via agiobonussen waren verkregen, en kwalificeerde de intrekking als belastbare dividenduitkering. De belanghebbende stelde in cassatie dat het hof onvoldoende was ingegaan op de stellingen van de Inspecteur over schijnhandeling en fraus legis, en dat de terugwerkende kracht van het overgangsrecht niet van toepassing was op agiobonusaandelen. De staatssecretaris stelde incidenteel beroep in over de fiscale kwalificatie.
De A-G concludeert dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de transacties niet als relatieve schijnhandelingen of fraus legis moeten worden aangemerkt, en dat nader feitenonderzoek nodig is naar de werkelijke bedoeling van de belanghebbende. Tevens wordt uiteengezet dat het overgangsrecht niet bedoeld is voor agiobonusaandelen zoals in deze casus, en dat onder het oude regime de intrekking fiscaal moet worden gekwalificeerd als inkoop van eigen aandelen zonder belastbare grondslag, terwijl de verkoop van preferente aandelen aan derden wel belastbaar is als winst uit aanmerkelijk belang. De conclusie is vernietiging van het hofarrest en verwijzing voor nader onderzoek.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt hofuitspraak en verwijst zaak voor nader feitenonderzoek naar schijnhandeling en fraus legis.