ECLI:NL:GHARN:2003:AH9266
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.B.H. Röben
- M.C.M. de Kroon
- J.P.M. Kooijmans
- Rechtspraak.nl
Correctie belastbaar inkomen wegens preferente aandelen en aanmerkelijkbelangheffing
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een correctie van de Inspecteur op zijn belastbaar inkomen over 1996, waarbij een bedrag van ƒ 3.500.000 werd gecorrigeerd wegens uitgifte, intrekking en verkoop van preferente aandelen binnen een concernstructuur. De Inspecteur stelde dat sprake was van schijnhandelingen en fraus legis, en dat het overgangsrecht aanmerkelijk belang van toepassing was, waardoor de voordelen belast moesten worden tegen een tarief van 25%.
Het Hof stelde vast dat de fusie in 1995 een zelfstandige zakelijke betekenis had en verwierp het standpunt van schijnhandeling. Het Hof analyseerde de toepassing van het overgangsrecht aanmerkelijk belang, waarbij onderscheid werd gemaakt tussen aandelen die belanghebbende bij liquidatie verkreeg (pakket A) en bonusaandelen verkregen in 1995 (pakket B). Het overgangsrecht was van toepassing op pakket B, niet op pakket A.
Verder oordeelde het Hof dat de intrekking van preferente aandelen zonder statutenwijziging niet leidde tot vermindering van de nominale waarde, zodat de terugbetaling als dividenduitkering moest worden aangemerkt. De verkoop van preferente aandelen werd als reële rechtshandeling erkend. Het Hof wees het beroep op gewekt vertrouwen af wegens gebrek aan bewijs van beleid van het Ministerie van Financiën.
Het Hof vernietigde de uitspraak van de Inspecteur, stelde het belastbaar inkomen vast op ƒ 3.547.494, met een deel belast tegen 20% en een deel tegen 25%, en veroordeelde de Inspecteur in de proceskosten van belanghebbende.
Uitkomst: Het Gerechtshof vermindert de aanslag tot een belastbaar inkomen van ƒ 3.547.494 en veroordeelt de Inspecteur in de proceskosten.