ECLI:NL:PHR:2006:AU6514
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid in hoger beroep wegens ontbreken memorie van grieven na onttrekking procureur
In deze zaak stond centraal of eiser ontvankelijk was in zijn cassatieberoep nadat zijn procureur zich had onttrokken en een akte van niet-dienen van de memorie van grieven was verleend. Eiser was bestuurder van een vennootschap die belastingaanslagen niet had voldaan en was door de Ontvanger gedagvaard. Na een tussenvonnis en hoger beroep werd eiser peremptoir aangemaand om een memorie van grieven in te dienen, hetgeen niet gebeurde vanwege het ontbreken van betaling aan zijn advocaat, die zich daarop onttrok.
Het hof verklaarde eiser niet-ontvankelijk in hoger beroep wegens het ontbreken van grieven. Eiser voerde aan onkundig te zijn geweest van de aanzegging en de gevolgen daarvan. De Hoge Raad oordeelde dat eiser wel degelijk op de hoogte was gesteld van de aanzegging en de onttrekking van zijn procureur, onder meer door brieven van zijn advocaat waarin werd gewaarschuwd voor de gevolgen van het niet betalen van het voorschot.
De Hoge Raad benadrukte dat de onttrekking van de procureur een persoonlijke omstandigheid is en dat het de verantwoordelijkheid van de cliënt is om voor nieuwe vertegenwoordiging te zorgen. De klachten van eiser over de toepassing van art. 6 EVRM Pro en de rolreglementen werden verworpen wegens onvoldoende onderbouwing. Het beroep werd derhalve niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Eiser werd niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep wegens het ontbreken van een memorie van grieven na onttrekking van zijn procureur.