ECLI:NL:PHR:2006:AU6781
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid van klaagschrift bij voortduring ontnemingsprocedure na hoofdzaak
In deze zaak stond de ontvankelijkheid van een klaagschrift ex art. 552a Sv centraal, ingediend na het onherroepelijk worden van het vonnis in de hoofdzaak, maar vóór de aanvang van de ontnemingsprocedure. De Rechtbank had het klaagschrift niet-ontvankelijk verklaard omdat de hoofdzaak was geëindigd en de ontnemingsprocedure nog niet aanhangig was gemaakt.
De Hoge Raad stelt dat de vervolging niet eindigt met het onherroepelijk worden van het vonnis in de hoofdzaak, maar pas nadat ook de ontnemingsprocedure onherroepelijk is afgerond. Dit volgt uit de wetsgeschiedenis en de regeling van de ontnemingsprocedure, waarin de ontnemingsvordering als onderdeel van de vervolging wordt beschouwd.
De Hoge Raad vernietigt daarom de bestreden beschikking en verwijst de zaak terug naar de Rechtbank om op het klaagschrift te beslissen. Hiermee wordt bevestigd dat belanghebbenden ook na het vonnis in de hoofdzaak bezwaar kunnen maken tegen het voortduren van conservatoir beslag zolang de ontnemingsprocedure nog loopt.
Uitkomst: Het klaagschrift is ontvankelijk zolang de vervolging, inclusief ontnemingsprocedure, niet is afgerond.