ECLI:NL:PHR:2006:AU6931
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Ontbinding aannemingsovereenkomst zonder ingebrekestelling wegens niet-nakoming fatale termijn
In deze zaak stond de ontbinding van een aannemingsovereenkomst centraal, waarbij de vraag was of zonder ingebrekestelling kon worden ontbonden. Na eerdere vernietiging van een arrest door de Hoge Raad in 2002 werd de zaak opnieuw behandeld door het gerechtshof Amsterdam.
Het geschil betrof een destillatietoren die door eiseres gebouwd werd, maar waarbij na oplevering lekkages optraden. Partijen hadden in januari 1996 een fatale termijn afgesproken voor het herstel van de lekkages, zonder dat een formele ingebrekestelling werd verzonden. Het hof oordeelde dat eiseres in verzuim was geraakt door niet binnen die termijn een lekvrije oplevering te realiseren, waardoor verweersters de overeenkomst mochten ontbinden.
De Hoge Raad bevestigde dat een dergelijke fatale termijn kan worden overeengekomen en dat het niet nakomen daarvan leidt tot verzuim zonder ingebrekestelling. Ook werd geoordeeld dat de door eiseres afgegeven garantie niet verhinderde dat zij aansprakelijk bleef voor vertraging en tekortkomingen. Het beroep van eiseres werd verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de ontbinding van de aannemingsovereenkomst zonder ingebrekestelling wordt bevestigd.